In 1884 wordt de Vereniging tot Christelijke Verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders opgericht. De drijvende kracht hierachter is Hoogleraar Lucas Lindeboom. Hij verwijt de kerken dat zij een groot aantal taken op sociaal gebied volkomen verwaarloosd hebben. Het doel van de Vereniging is de bevordering van christelijke verzorging naar het woord Gods. De medewerkers stellen zichzelf tot taak krankzinnigheid te voorkomen en te genezen.
Paviljoenen
In 1905 koopt het bestuur van de Vereniging een terrein van ongeveer 90 hectare naast station Wolfheze. Er wordt begonnen met de bouw van een vierde stichting in Nederland in opdracht van de Vereniging. De gereformeerde kerken financieren deze stichting. De stichtingen, gesitueerd op grote landgoederen, worden opgezet volgens het paviljoenstelsel. Daarmee hebben ze een andere opzet dan de rijksinrichtingen die in de jaren daarvoor waren gebouwd. Op het terrein komen paviljoenen te staan die elk als het ware een huisgezin vormen. Ieder paviljoen vormt een tehuis met een huisvader en -moeder en een aantal verpleegsters. In de tehuizen worden zo veel mogelijk de regels nagevolgd, zoals die in een christelijk gezin heersen. Op 28 november 1907 vindt de opening van het algemeen psychiatrisch ziekenhuis Wolfheze plaats.
Eind 1912 is de stichting geheel bezet. Er zijn dan 518 patiënten opgenomen; 219 mannen en 299 vrouwen. Het terrein is strikt verdeeld in een mannen- en een vrouwenkant en afgebakend door een hek dat anderhalf tot tweeënhalve meter hoog is. Die hoogte is afhankelijk van de rustigheid van de patiënten. Men maakt onderscheid tussen rustige, halfrustige en onrustige patiënten. Een ander onderscheid is dat tussen zieke en te observeren patiënten. De directeur en de predikant hebben het op het terrein voor het zeggen en al het personeel woont intern.
Zorgverlening vroeger
Door de jaren heen is er veel veranderd. De behandeling van cliënten bijvoorbeeld, heeft vele ontwikkelingen ondergaan. Tegenwoordig is de geestelijke gezondheidszorg bezig met de meest gespecialiseerde psychiatrische therapiën, terwijl vroeger patiënten hele dagen in een badkuip met koud water werden gelegd. Deze badverpleging werd later vervangen door bedverpleging: de cliënten lagen niet langer in bad maar in bed. Toen ze erachter kwamen dat bedverpleging de manier was om mensen dood te laten gaan, stapte de gezondheidszorg over op arbeidstherapieën. Cliënten werden de gehele dag beziggehouden met het onderhouden van de tuinen of het werken in de keuken of in de varkensmesterij. Zelfs in bed werden de cliënten beziggehouden met het plakken van zakken voor zeep. De stichting profiteerde van het vele werk dat werd verricht en was geheel zelfvoorzienend. Binnen de hekken herbergde het landgoed met grote bosgebieden een hoofdgebouw van waaruit alles bestuurd werd en nog steeds bestuurd wordt. Er waren vele paviljoenen voor cliënten en personeel en een grote kerk, die nog altijd het middelpunt van het terrein vormt. Op het landgoed stond een watertoren voor de water- en energievoorzieningen en er waren tuinen die voedsel leverden. Er was een eigen brandweer, een varkensmesterij, en zelfs een begraafplaats. Veel cliënten kwamen na opname nooit meer terug in de maatschappij.
Een donkere periode in de geschiedenis van Wolfheze is het bombardement in de Tweede Wereldoorlog. Hierbij werd een aantal gebouwen geraakt. Engelse bommenwerpers maakten door een fout Wolfheze deel van operatie 'Market Garden'. Geheel onverwachts veranderen vele paviljoenen in een puinhoop. Er kwamen 55 mensen om, negen personeelsleden en 46 patiënten. Daarnaast waren er ongeveer 80 gewonden. De grote gedenksteen op de begraafplaats herinnert hier nog steeds aan.
Nieuwe ontwikkelingen
Sinds ruim twintig jaar verandert er veel binnen de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Dit komt door nieuwe ontwikkelingen binnen de hulpverlening, maar ook doordat de maatschappij en de politiek nieuwe eisen aan hulpverlening stellen. De belangrijkste verandering binnen de GGZ is de 'extramuralisering' van de zorg. Dit betekent dat de behandeling en opvang van cliënten met een psychiatrische stoornis meer op de samenleving gericht is, terwijl deze cliënten vroeger vaak langdurig werden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis (decentralisatie). Een opname wordt nu vaker gezien als een kortdurende onderbreking van een ambulante behandeling (een lichtere vorm van behandeling buiten de instelling), of als het begin van een behandeling die zo snel mogelijk ambulant voortgezet zal worden (ook wel substitutie).
De cliënt als basis
In de jaren tachtig stimuleerde de overheid samenwerking tussen zorginstellingen. Deze periode heeft een groot netwerk aan ambulante en semi-ambulante voorzieningen opgeleverd. Een nadeel daarvan was dat de zorg niet door de behoefte van de cliënt werd bepaald, maar door de instellingen. De jaren negentig brachten een omkeer. De zorgvraag van de cliënt werd de basis van de zorg die door de instelling geboden moest worden. De cliënt is mondiger geworden, gesteund door wetten die zijn rechtspositie verbeteren. Hij verkeert niet langer in een afhankelijke positie waarbij de hulpverlener bepaalt wat goed voor hem is. Door zorgvernieuwing is de hulpverlening steeds meer het resultaat van samenwerking tussen cliënt en hulpverlener. Aan het eind van de jaren negentig veranderde de regelgeving voor zorgvernieuwing. Het credo werd 'Zorg op maat'. Dit betekent de juiste zorg, op het juiste moment, precies aansluitend op de actuele behoeften en wensen van de cliënt.
De grootschalige reorganisatie binnen de GGZ is ook in Gelderland duidelijk waar te nemen. In juli 1996 ontstond de Gelderse Roos als instelling voor geestelijke gezondheidszorg uit een fusie van vijf organisaties. In 2001 fuseerde de Gelderse Roos met een zesde partner.
www.mijngelderseroos.nl
Een website bedoeld voor mantelzorgers van mensen met een dementie. ... lees verder
Test u zelf!
Op Internet zijn veel testen te vinden waarmee u zelf kunt testen in hoeverre u last heeft van een bepaalde klacht of kwaal. ... lees verder
Alle rechten voorbehouden aan de Gelderse Roos, 2010